Organisatieontwikkeling vanuit mountainbike perspectief!

Met Bert Houtenbos van Trentino Sports ben ik 3 weken opgetrokken om de principes van het afdalen op een mountainbike beter onder de knie te krijgen. In die tijd hebben we fascinerende gesprekken gehad over de ontwikkeling van de maatschappij, het kiezen vanuit je hart en het ‘in control’ willen zijn, zowel op de mountainbike als binnen het bedrijfsleven!

Bert, al enkele jaren woon je in Italië en run je met je vrouw het bedrijf Trentino Sports. Jullie bieden een scala aan mountainbiketochten aan. Wat is jouw ervaring met de mensen die hier komen om te biken?

Elke keer valt me weer op hoe gehaast de mensen zijn die hier komen. Het kost ze altijd even moeite om tot rust te komen en te genieten van de omgeving. Om eens echt rond te kijken en te zien wat voor moois er is, in plaats van alleen het fietspad of bospad voor je. Als die haast er een beetje uit is, dan is er ook meer tijd voor een praatje onderweg en het daadwerkelijk genieten. Overigens lijkt dat ‘snel moeten fietsen’ vooral een Hollands trekje ;-).

Er komen ongetwijfeld ervaren fietsers die met jullie tochten meegaan. Wat valt je op?

De meeste deelnemers kunnen inderdaad behoorlijk fietsen. Echter, vooral op de mountainbike zie je het verschil tussen kunnen fietsen of ‘goed’ kunnen fietsen. De meeste mountainbikers weten wel hoe ze hard omhoog moeten rijden, maar hun techniek laat nog wel eens te wensen over.

Wat bedoel je met techniek?

Techniek zie je vooral in de afdalingen. Ik zie veel mountainbikers die op kracht en op lef dalen. Je ziet dan dat de biker niet rustig op zijn fiets zit, verkrampt is. Je hoort dat de remmen te pas en te onpas (en meestal verkeerd) gebruikt worden. Je ziet dat het sturen niet gebeurt met het lichaam, maar vooral door aan het stuur te trekken.

In Nederland is dit aangeleerde fietsgedrag meestal niet zo erg, maar juist bij de steile afdalingen en toch onbekende terreinen in bijvoorbeeld de Dolomieten en hier in de regio Trentino, zijn die vertrouwde controlemechanismen je grootste vijand en zorgen juist voor de ongelukken!

Het is dan alsof de fiets bepaalt wat er gebeurt en de biker als passagier meegaat. Vaak is dit het gevolg van te weinig techniek, het te weinig één zijn met je fiets. Het is juist de combinatie van souplesse, vertrouwen én controle die bepalen hoe goed je met de moutainbike uit de voeten kan.

Wat is dan de juiste manier van afdalen?

De beste manier van dalen heeft volgens mij alles te maken met flow. Het gevoel dat zaken als vanzelf gaan, dat je de controle hebt over de situatie en over jezelf. Dat de uitdaging moeilijk en uitdagend is, misschien wel ‘op het randje’, maar je weet dat je de situatie aankan.

Daarvoor is ‘actieve’ ontspanning nodig. Een ontspannen lichaam, lichaamsdelen lichtjes gebogen, klaar om de onverwachte schokken op te vangen. Maar 1 of 2 vingers aan de rem en de rest om je stuur. Precies voldoende om te kunnen remmen en precies voldoende om te kunnen sturen. Sturen doe je niet alleen met je stuur, maar vooral door gewichtsverplaatsing zodat de fiets ‘aanvoelt’ wat er moet gebeuren. En kijk vooral niet teveel voor je band, maar echt voor je uit. Datgene wat bij je voorwiel gebeurt hebben je hersenen allang opgenomen, het gaat erom dat je ziet wat er voor je uit gebeurt, zodat je kunt anticiperen.

Wat zouden bikers moeten doen om dit meer eigen te maken?

Meer op techniek oefenen! Niet alleen maar hard door het bos rijden, maar tijd nemen om nieuwe dingen te leren. Oefening leidt tot een betere automatische piloot en dat helpt om de juiste dingen te doen in spannende situaties. Oefening vergroot het vertrouwen in jezelf en het vertrouwen in je fiets.

En wees niet bang om fouten te maken of te vallen, zorg voor beschermende kleding en oefen op plekken waar het vallen gecontroleerd gaat. Juist van fouten maken leer je het meest!

De echte subtiele bewegingen zijn helaas niet altijd te oefenen in een gecontroleerde omgeving. Dat komt omdat je soms ook steile hellingen en snelheid nodig hebt om je dingen eigen te maken. Dan is vallen vaak geen pretje en heb je misschien je eigen angst te overwinnen.

Als je je daar nog wat onzeker in voelt, neem dan een trainer mee. Juist bij een echte professional voel je je in goede handen. Niet alleen door wat hij weet, maar vooral door wat hij doet en hoe hij is. Een echte professional maakt je niet alleen beter in wat je doet, maar neemt je mee naar de rand van je kunnen/jouw uitdaging en laat je genieten tijdens het bereiken van jouw resultaat. Dat is volgens mij echt meesterschap!

Welke gelijkenissen zie je bij het ‘in control’ zijn van het bedrijfsleven?

We proberen tegenwoordig alles te controleren, te beheersen. We vergeten daarbij om te genieten van wat we hebben of om ons heen te kijken en de rust te nemen om te innoveren en te verbeteren. We hebben eigenlijk niet eens meer tijd voor een echt goed gesprek!

Het lijkt op het verhaal van die net aangekomen biker die als een speer tegen de berg op moet, maar verkrampt in de afdaling en aan het einde niet of nauwelijks van zijn omgeving heeft genoten. Net zoals je kunt oefenen om een betere biker te worden, om meer vertrouwen in je fiets en in jezelf te krijgen, kan je ook oefenen om een beter bedrijf te krijgen, om meer vertrouwen in jezelf en je collega’s te krijgen. Dat oefenen gaat gepaard met fouten maken, met vallen en opstaan. En die ruimte is er vaak niet meer of wordt zo niet gevoeld. Misschien zit er wel een overeenkomst tussen de verkrampte biker en de verkrampte medewerker?

About the author: hans

Leave a Reply

Your email address will not be published.

twintig − 19 =